John Appel, maker van de legendarische Hazes-documentaire Zij gelooft in mij, volgt in zijn nieuwe film The Player een drietal gokkers, of liever gezegd: spelers. Het zijn drie mannen – een bookmaker, een oplichter en een monomane pokeraar – bij wie het niet gaat om ‘een tientje winnen of een tientje verliezen,’ zoals een van hen het verwoordt. Nee, ‘de echte grote gokker, die zet zichzelf op het spel.’
Dat geldt ook voor Appels overleden vader, wiens levensverhaal de regisseur tussen dat van de drie geportretteerden door weeft. Appel senior was een succesvol makelaar die al zijn geld verkwistte op de paardenraces en later in het casino te Zandvoort. Meermalen zette hij zelfs het welzijn van zijn gezin op het spel. Op zijn sterfbed in het ziekenhuis gaf hij zijn zoon John een twintigtal cheques om in het casino mee te gokken opdat de ziekenhuisrekening betaald kon worden.
Het knappe van John Appel is dat hij zowel zijn vader als de drie geportretteerden, waarvan er eentje toch al tien jaar in het gevang zit, volledig in hun waarde laat. Hoe afstotelijk hun gedrag op het eerste gezicht ook mag zijn, gaandeweg winnen zij de sympathie van de kijker. Hun levenshouding wordt misschien niet begrijpelijk, maar wel inzichtelijk. En er mag gelachen worden, zeker, maar het is een lach die steeds bitterder wordt naarmate Appel, stapje voor stapje, steeds meer de schaduwkant van hun alles-of-niets-levensstijl laat zien. Hij doet dat bovendien met huiveringwekkend mooie close-ups en in een montage die compositorisch gezien aan die van een literair werk doet denken.
Dat is een verademing in een tijd waarin documentair filmen vooral aangewend wordt voor hysterische hypes, navelstaarderig exhibitionisme, publieke schandpaalnagelarij en overmatig gepsychologiseer.
Hoe zeldzaam Appels attitude is, en hoe door en door verpest door veroordelingsdrang en psycho-geblaat de rest van de maatschappij is, viel mij gisteren op. Ik zag The Player tijdens een speciale vertoning in filmhuis Rialto. Appel was aanwezig en werd na de film geïnterviewd door Hanneke Groenteman, waarna ook het publiek gelegenheid kreeg om vragen te stellen.
Waarom liet Appel in de film niets zien over psychiatrische behandelingen tegen gokverslaving? vroeg een jongeman met een stem die trilde van morele verontwaardiging (want zo’n filmregisseurtje moest toch godverdomme niet denken dat hij zelf kon bepalen wat hij wel en niet liet zien in die kutfilm van hem?). Kalmpjes antwoordde de regisseur dat hij daar niet in geïnteresseerd was, dat hij het gokken meer als een levenshouding zag dan als een ziekte – in ieder geval was dát wat hij wilde laten zien. De jongeman, stellig overtuigd dat het publiek in de uitverkochte zaal door sneeuw en kou was afgereisd om hem aan het woord te horen, was dit toch echt niet met Appel eens en als Groenteman niet tijdig had ingegrepen was er een stevige en vooral slaapverwekkende discussie ontstaan.
Iemand anders had een vraag over de gedetineerde oplichter in de film die - zo blijkt gaandeweg - ook de regisseur flink in de maling neemt. Was Appel niet boos dat hijzelf ook het slachtoffer was geworden van deze oplichter? Nee, luidde het terechte antwoord, het mooie was juist om de man in actie te zien, tijdens zijn oplichterspraktijken. Het was ‘een cadeautje’ aan de filmmaker dat die situatie zich voordeed.
Maar hoe moesten we het gedrag van die oplichter precies duiden? vroeg weer een ander zich af. Bleef hij volharden in zijn criminele gedrag, zelfs vanuit de gevangenis, omdat hij onbewust bang was voor de boze buitenwereld en liever koos voor de beschermde omgeving van De Koepel in Haarlem?
Het ging maar door. Niets kon onuitgesproken blijven, niets werd aan de fantasie overgelaten. Het mysterie moest vernietigd, de schoonheid overschreeuwd met clichés uit journalistiek, politiek en hulpverlening. Graag had ik met een machinegeweer dat voltallige publiek omver gemaaid – maar een laatste restje intelligentie (en praktische bezwaren, ook die) dreven me de zaal uit, naar de Italiaan aan de overkant van de bioscoop, waar ik met mijn lief nog lange tijd over die prachtfilm bleef napraten.
The Player – ga die film zien! En laat uw morele geldingsdrang en psychologische verklaringsverslaving toch lekker thuis. Kijken en luisteren – u hebt er genoeg aan, wanneer u in handen bent van zo’n magistrale regisseur als John Appel.
zondag 10 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten