Stel: ik verzin voor u een verhaaltje. In dat verhaaltje komt een meneer A voor. Meneer A heeft ruzie met meneer B. Zo erg, dat meneer A meneer B uiteindelijk vermoordt. Hoe reageert u als lezer op dat verhaaltje?
2. U klaagt over het simplistische taalgebruik en de korte zinnetjes die ik hanteer om de handeling te beschrijven, u bespot de beroerde opbouw, het voorspelbare einde, de flauwiteit van meneer A’s morele dilemma, de psychologische oppervlakkigheid van beide personages, de filosofische leegte van het wereldbeeld dat uit dit verhaaltje spreekt, het gebrek aan sfeer, het gebrek aan treffend detail – en wat u verder allemaal nog meer aan leeservaring-gerelateerde kritiek op mij kunt uiten. Of misschien bent u wel laaiend enthousiast, dat kan natuurlijk ook.
3. U priemt een beschuldigende vinger in mijn richting omdat ik, als mannelijke schrijver zijnde, in dit verhaal twee mannen opvoer. Waarom niet twee vrouwen, Ouariachi? Wat ben jij eigenlijk voor verschrikkelijke seksist dat er in dat hele rukverhaal van je geen vrouw te bekennen is?
Goed. Ieder die dit leest zal de volstrekte belachelijkheid van de reacties 1 en 3 inzien. Toch, tot mijn verbijstering, kregen reacties van soortgelijke strekking recentelijk ruimschoots de aandacht op tv en op papier.
Zo is er veel te doen geweest over de verfilming van Kluuns roman Komt een vrouw bij de dokter. Wat ik persoonlijk van Kluuns literaire verrichtingen vind, mag blijken uit eerdere berichtgeving, maar daar gaat het me nu even niet om. Waar het me wel om gaat is hoe sommigen op de inhoud van dat boek (of de verfilming ervan) reageren. Voor wie de afgelopen weken op Mars vertoefde, nog even snel het verhaaltje: vrouw krijgt kanker, haar man begint tijdens haar ziekbed een relatie met een andere vrouw. Héél erg dus allemaal. Maar is Komt een vrouw bij de dokter daarmee een immoreel boek of een immorele film?
Volgens de hoofdredacteur van Elle, Cécile Narinx, in ieder geval wel. Cécile was op de galapremière van de film en mocht daar de volgende dag bij De Wereld Draait Door over komen vertellen. Haar visie op de film: ‘Ik kreeg zo’n enorme tyfushekel aan die man die zijn vrouw gewoon laat kreperen en zelf de hort op gaat.’ Dat er over zo’n immorele man zo’n glamoureuze film is gemaakt, en dat de morele boodschap ‘vreemdgaan is SLECHT’ niet expliciet in knipperend neonlicht verkondigd werd in het bioscooptheater, schoot de Elle-hoofdredacteur danig in het verkeerde keelgat.
Hoe dom dit is, valt bijna niet te bevatten. Als Cécile Narinx mijn verhaaltje aan het begin van dit stuk gelezen had, dan was zij het soort lezeres dat meneer A graag achter tralies zou zien verdwijnen en mij als auteur erbij. Cécile Narinx begrijpt niet dat het een verrijking van haar wereld kan zijn als ze zich voor één keertje in een ander verplaatst, hoe slecht ze die ander misschien ook vindt. Ze wil niet zien dat andere mensen óók drijfveren hebben, en dat het verkennen van die drijfveren via de wegen van de kunst, niet immoreel of slecht kan zijn. Of, zoals Oscar Wilde het al in 1891 schreef in het beroemde voorwoord bij The Picture of Dorian Gray: ‘There is no such thing as a moral or an immoral book. Books are well written, or badly written. That is all.’
Ken je klassiekers, Cécile.
Enfin, nu kun je het zo’n mode-teef van de Elle misschien ook niet kwalijk nemen. Kledingstukken dragen immers zelden een morele boodschap uit – weet zij veel. Kwalijker wordt het wanneer een universitair docent in de Engelse Letterkunde niet weet hoe ze een boek moet lezen. Ik heb het dan over de Vlaamse Kristien Hemmerechts – tevens schrijfster, onder meer van het vorig jaar verschenen onzinpamflet De man, zijn penis en het mes.
In het kort kwam dit aan een vreemdsoortige leesblindheid ontsproten gedrocht van een pamflet erop neer, dat in veel literatuur de man zijn penis aanwendt om vrouwen fysiek te kwetsen, en dat Hemmerechts genoeg heeft van deze verkrachtersmentaliteit: ‘Misschien wil ik het me niet inbeelden. Ik censureer mijn inlevingsvermogen,’ schrijft ze.
Nuja, een verkrachting op z’n tijd mag natuurlijk wel, maar dan moet de schrijver óók de belevingswereld van de vrouw in kwestie schetsen, en een duidelijk moreel standpunt innemen. Vette pech dus voor de auteur die een man als hoofdfiguur heeft gekozen en zich niet als alwetende verteller in het verhaal wil mengen. (‘Ja, lezer, terwijl mijn hoofdpersoon deze jongedame verkracht, maken u en ik even pas op de plaats. Wat ik hier op deze pagina’s tevoorschijn tover, is natuurlijk eigenlijk te gruwelijk voor woorden, ik zeg het er maar even bij, dat u niet denkt dat ik als schrijver zelf zo’n perverseling ben...’)
Het is volgens deze ‘logica’ dat Hemmerechts grootse schrijvers als Vladimir Nabokov, J.M. Coetzee en John Updike afserveert. Dat het een schrijver als Nabokov er in Lolita nu juist om gáát de wreedheid van zijn psychopatische, pedofiele hoofdfiguur Humbert Humbert te schetsen, en dat deze Humbert zich dan natuurlijk niet ineens empathisch kan gaan inleven in zijn twaalfjarige slachtoffer – tja, dat is een beetje te veel psychologische verfijning voor mevrouw Hemmerechts.
Enfin, het penis-pamfletje werd destijds op zóveel besmuikt gegniffel onthaald (waarna Hemmerechts zichzelf ook nog eens onsterfelijk belachelijk maakte door in een vraaggesprek met Elsbeth Etty haar theorie te opperen dat alle vrouwen orale seks eigenlijk verschrikkelijk vinden en dat de ‘blowjob’ hen door mannen is opgedrongen), ja, zo gênant was het allemaal – stilletjes vermoedde ik dat Hemmerechts korte tijd nadien was platgespoten met een fikse dosis antipsychotische medicatie, opgenomen in een gesloten kliniek, en na een lange reeks creatieve groepstherapiesessies eindelijk in een steunwoning was beland onder constante begeleiding van een literair geïnteresseerde SPH-er.
Maar nee, helaas, ze is terug, en ze is nog erger de weg kwijt dan begin vorig jaar. Het bewijs vinden we in de boekenbijlage van NRC Handelsblad van afgelopen vrijdag.
Wat is het geval? Philip Roth heeft een nieuwe roman uit, The Humbling (of, zoals de titel volkomen verkeerd in het Nederlands vertaald is: De vernedering). Voor de goede orde, en voor wie het boek niet gelezen heeft: het gaat, heel in het kort, over de mentale lijdensweg van een acteur-op-leeftijd die abrupt zijn talent, zijn artistieke instinct kwijtraakt. Een korte maar heftige relatie met een jongere, lesbische vrouw weet hem tijdelijk uit zijn ellende te trekken, maar stort hem er uiteindelijk dubbel zo hard in terug.
Ook al telt het boek slechts 140 pagina’s, toch heeft de NRC al weken de tijd nodig om het te recenseren. Pieter Steinz beet het spits af met een wat nukkige bespreking waarin hij vooral erg politiek correct moest kankeren op een scène waarin een groene voorbinddildo voorkomt (beslaat amper twee pagina’s in het boek, maar wordt in elke recensie genoemd) – ‘Dieptepunt is een triootje met twee vrouwen en een voorbinddildo dat eerder leest als een gratuite oudemannenfantasie dan als een structurele bijdrage aan een diepmenselijke tragedie.’ Niet dat Steinz dat zelf nu zo erg vindt, een scène met een voorbinddildo, maar ja, al zijn Amerikaanse collega’s waren er in hun recensies al over begonnen, dus ja, dan kun je als Hollandse boekenkabouter niet achterblijven, natuurlijk.
Opvallend genoeg volgden kort daarna twee uiterst positieve besprekingen van respectievelijk Stine Jensen en Elsbeth Etty. Die laatste wist als enige een werkelijk interessant stuk over de roman te schrijven en daar had het wat mij betreft bij mogen blijven. Maar afgelopen vrijdag verscheen een vierde recensie. Inderdaad, van onze nog immer labiele Kristien Hemmerechts.
Ze zet meteen hoog in door over Philip Roth’s werk op te merken: ‘Zijn mannelijke hoofdpersonages belijden dit mantra: Ik neuk dus ik ben.’
Juist. De man heeft vijfentwintig (25!) romans op zijn naam staan, plus een verhalenbundel en enkele non-fictie-werken, over een rijk scala aan uiteenlopende onderwerpen. Maar Hemmerechts balt alle hoofdpersonages uit dat oeuvre samen tot dat ene platvloerse, zelfbedachte mantra...
Het blijft daar niet bij. Er volgt een betoog dat van de onnavolgbare sprongen aan elkaar hangt en waar vooral een warrig soort verongelijktheid uit spreekt. ‘De vernedering,’ schrijft Hemmerechts bijvoorbeeld, ‘zegt veel over mannen – over hun angst voor de dood, voor impotentie, voor aftakeling, voor afwijzing, én over hun gemengde gevoelens voor vrouwen – maar helemaal niets óver vrouwen.’
Wat er niet aan onredelijk aannames in één zo’n fragmentje zit... Het boek ‘zegt veel over mannen’ – o ja? Ik dacht dat het iets zei over één specifieke man, namelijk de hoofdfiguur. Nergens heb ik Roth ooit horen beweren dat zijn mannelijke hoofdfiguren een soort ‘archetypische’ mannen zijn die eigenlijk model staan voor De Man In Het Algemeen.
En dan is er die verontwaardiging dat het boek niets zegt over vrouwen. Over een vrouwelijke bijfiguur schrijft Hemmerechts: ‘Nooit worden we deelgenoot van háár gedachten.’.
Nee, godverdomme, ze is een bijfiguur! Wat wil je? Dat we van iedere schoenpoetser die in een roman voorkomt het innerlijke gevoelsleven uitgespeld krijgen? Sodemieter toch op, mens.
Maar ze sodemietert pas op na een slotzin die werkelijk alle alarmbellen bij de psycholoog in mij doet rinkelen.
Als de hoofdfiguur van The Humbling zich aan het einde van de roman realiseert dat hij zijn ellende aan zichzelf te danken heeft en de verantwoordelijkheid niet bij de vrouwen in zijn leven kan leggen, zou je opluchting verwachten bij Hemmerechts. De vrouw heeft het immers niet gedaan. Maar in een spasme van krankzinnigheid kotst Kristien er dan de volgende slotregels uit in haar recensie: ‘Het aandeel van de vrouw blijkt uiteindelijk een detail. Zelfs die rol wordt haar niet gegund.’
Niet alleen is Kristien Hemmerechts het soort lezer dat Meneer A graag achter tralies ziet verdwijnen, ook is de schrijver van wat voor verhaal dan ook, hoe dan ook en in elk geval sowieso een seksist.
In de wereld volgens Hemmerechts sluiten we Brett Easton Ellis op omdat de hoofdfiguur van zijn American Psycho een seriemoordenaar is – en bovendien een seksist. In de wereld volgens Hemmerechts mag je geen satire schrijven zoals P.F. Thomése dat deed met Vladiwostok!, een satire waarin je het haantjesgedrag van oversekste, narcistische politici en hun spindoctors de maat neemt – maar zonder hun gedrag expliciet te veroordelen, dus zit je fout. In de wereld volgens Hemmerechts kan elk boek waarin een jood iets verkeerds doet (Roth kan zijn lol op...) verworpen worden als zijnde antisemitisch. Boeken waar het woord nigger in voorkomt, komen op een zwarte lijst, zelfs als ze door een zwarte geschreven zijn. Elk boek waarin vreemdgaan niet expliciet wordt afgekeurd, is moreel verwerpelijk en...
Hé, in dat laatste voorbeeld klinkt zowaar de verontwaardiging van de hoofdredacteur van Elle door. Cécile Narinx en Kristien Hemmerechts – ze zouden het wellicht goed kunnen vinden. Hun opvattingen over film en literatuur vertonen nochtans sterke overeenkomsten. Een gouden duo...
Toch hoop ik dat ze elkaar nooit ontmoeten. Stel je voor dat ze samen een beweging starten, de politiek in gaan, de macht krijgen... Met de boeken die ik in mijn kast heb staan, ben ik zo strafbaar als de pest.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten